Vuurwaterluchtaarde
zondag 22 juli 2012
Spannend leven
Het is maar goed dat ik al eenentwintig jaar geleden, ver voor het digitale tijdperk, tegen een man ben aangelopen. In deze tijd van de digitale contactadvertenties had ik geen enkele kans gemaakt. Ik ben namelijk, al zeg ik het zelf, nogal een saai typetje. De wervende advertentie voor mijzelf zou vol staan met eigenschappen en hobbies waarvan je, zou mijn wijze baas zeggen, nou niet bepaald prik in de cola krijgt.
Het begint al met de basic facts: Vrw., 39 jaar ("ja hoor, de houdbaarheidsdatum is bijna verstreken"), omg. Amersfoort ("provinciaals"), niet al te slank ("zal wel een eufemisme zijn"), niet blond ("en lekker praktische korte haren"), en met chronisch gebrek aan gevoel voor mode (heel Nederland liep al drie jaar in skinny broeken toen ik overschakelde).
En dan ben ik nog niet eens begonnen aan mijn lijstje hobbies en interesses...wat te denken van interesses als yoga ("dat moet een vrouw met geitenwollensokken en harige oksels zijn"), wandelen in de bergen ("o jee, zo'n natuurtypetje met Teva's aan de voeten en een altijd een lekker praktische fleece aan"), museumbezoek ("ze is dus zo'n serieus type, dat op kunstreizen meegaat en overal de diepgang achter zoekt") en bakken ("o god, dan staat ze natuurlijk de hele dag cupcakes te decoreren met roosjes van marsepein"). En als uitsmijter de meest voorspelbare hobby ooit: lezen.
Lezen mag dan misschien wel de meest voorkomende hobby zijn, het is in mijn geval ook de hobby waarin ik het meest afstand neem van mijn saaie, burgerlijke, brave, kalme leventje. Ik ben namelijk al jaren verzot op thrillers. En dan liefst niet van de gewone huis-tuin-en-keuken-moord variant. Daar doe ik het niet meer voor! In mijn favoriete boeken hebben we het minstens over een satanistische seriemoordenaar, of kindermoorden, of in ieder geval nog-nooit-eerder-vertoonde-gruwelijke-moordmethodes (en bijbehorende autopsies). Om je een beeld te geven: in mijn meest recente boek werd iemand vermoord door hem in bad vast te lijmen, en vervolgens het bad heel langzaam vol water te laten druppelen, zodat hij vervolgens in paniek zijn been lostrok met achterlating van de huid in bad en doodbloedde. You get the picture. Jarenlang heb ik de theorie gehad dat ik zo aangetrokken wordt tot deze categorie boeken door mijn brave leventje. Leek mij een redelijke verklaring. Laatst hoorde ik echter dat hier een of andere wetenschapper jarenlang onderzoek naar gedaan had, en dat het vermoedelijk meer te maken heeft met het confronteren van je eigen angsten. Zit ook wat in, moet ik zeggen, want ik ben inderdaad nogal van de angstige soort: probeer maar eens een ballon in mijn aanwezigheid te laten knallen, je weet niet wat je meemaakt (moet trouwens ook nog in mijn rijtje fijne eigenschappen in de contactadvertentie: "bang voor alles dat knalt").
Met de vakantie in zicht ligt er alweer een fijne stapel mega-enge boeken klaar. En mocht je een verwante ziel zijn, hier een paar tips van minder bekende, maar geweldig geschreven thrillers:
1) John Verdon - Think of a number (heel intelligent, heel beklemmend, geweldige plot)
2) Jo Nesbo - The leopard (Noorse thriller, met de bekende melancholie en duisterte van Scandinavie)
3) Craig Russell - Brother Grimm (spelen zich af in Hamburg, ongelooflijk spannend!)
zaterdag 23 juni 2012
Zachte krachten
Hoe heerlijk is het leven van jonge kinderen: je leeft helemaal in het nu, hoeft nooit na te denken over rekeningen die nog betaald moeten of boodschappen die echt nog vandaag moeten worden gedaan, en kan eindeloos opgaan in het spelen met zand, water en stokjes (en daarbij helemaal vuil worden zonder na te denken over die nieuwe,mooie, dure broek die tijdens het spelen definitief niet nieuw en mooi meer is geworden).
Nee, dan het leven van een bijna veertigjarige. De afgelopen maanden zijn tot de nok toe gevuld met volwassen issues en verantwoordelijkheden: ingewikkelde reorganisatiedossiers, logistieke balanceeracts tussen thuis en werk, vrienden die in zwaar weer terecht zijn gekomen. Het hoort er allemaal bij, ik zeil er - al zeg ik het zelf - best goed doorheen, maar het doet ontzettend verlangen naar de eenvoud, zuiverheid en zachtheid van een kinderleven, als een soort tegengif voor alle volwassen lelijkheid en hardheid.
Voor mij wordt de essentie van de helderheid van jonge kinderen gevat in de uitspraken die ze doen. Niets zo heerlijk voor een zwaar gemoed als een gevatte, opmerkzame, frisse kinderwijsheid. Omdat ik er helemaal vanuit ga dat in mijn lezerspubliek ook een aantal vermoeide geesten zitten, deel ik met liefde een paar van de pareltjes van de afgelopen weken met jullie.
Zo meldde Jesse afgelopen week: "Later, als ik groot ben, wil ik met Sam in een huis wonen". Sam, altijd bereid om Jesse tegemoet te komen: "OK, maar dan gaan we 1 jaar samenwonen, want daarna wil ik ook met iemand anders wonen hoor!" Overigens weet Sam al precies in wat voor huis hij wil gaan wonen: "Een oud huis, met een kacheltje en een stenen keuken" Hetgeen Jesse een beetje bezorgd maakte: "Gaat zo'n oud huis dan niet kapot?"
Dat Jesse met Sam in een huis wil gaan wonen is overigens geen verrassing, want toen iemand hem van de week vroeg wie het liefste kindje van de wereld is, zei hij onmiddellijk en uit de grond van zijn hart "Sam".
Ook zo mooi aan kinderen: ze bezien de wereld nog vol verwondering. Jesse was van de week bijvoorbeeld bang dat de zon misschien een keer naar beneden kwam vallen. Toen ik zei dat dat niet zou gebeuren, vroeg hij toch een beetje achterdochtig: "Maar waar zit hij dan aan vast?"
Ook een kinderleven kent trouwens teleurstellingen. Zo keek Jesse van de week naar zijn eigen lijf, om tevreden te constateren: "Ik heb ook borstjes. En later krijg ik grote borsten." Toen ik meldde dat jongetjes later geen borsten krijgen, verklaardde hij intens verdrietig dat hij dan een meisje wilde zijn.
En tot slot grote-mensen-ellende die ook de kinderwereld treft: de bankencrisis. Rijdend langs onze ABN bank, ziet Sam dat daar een Te Koop bord van een makelaar op het pand hangt. Sam, in lichte paniek: "Mam, onze bank staat te koop. Maar daar ligt wel mijn spaargeld!"
zondag 20 mei 2012
Zingeving
Als je het met andere ouders hebt over kinderbeslommeringen, zijn er mensen die - na het uitwisselen van allerlei slaapdrama's, peuterdriftbuien of eetperikelen - met enig gevoel voor plechtigheid zeggen "maar ja, zo snel je kinderen hebt, is er wel zingeving in je leven". Ik beaam dat dan meestal braaf, maar heel eerlijk gezegd ervaar ik dat helemaal niet zo.
Zingeving associeer ik met iemand die na jaren op straat te hebben geleefd, onder invloed van alles wat God verboden heeft, ineens het licht ziet en Heilsoldaat wordt. Of een plastisch chirurg die na de 1000ste botox ineens besluit in Afrika hazenlipjes te gaan herstellen. Of de succesvolle zakenman die na zijn gouden handdruk geen commissariaat aanvaardt, maar billen gaat vegen van demente bejaarden. Die mensen hebben zingeving aan hun leven toegevoegd.
Het hebben van kinderen gaat meer over dagvulling dan zingeving. Als jonge ouder rol je het leven door van "mamma, ik ben wakkeeeeer!" (bij voorkeur uitgeroepen voor half zeven 's ochtends) naar "maar ik wil pindakaas op mijn boterham!" (bij voorkeur uitgeroepen nadat je diezelfde boterham met smeerkaas had gesmeerd) tot "maar ik wil helemaal niet in bad!" (bij voorkeur uitgeschreeuwd door een peuter die van top tot teen onder het zand/de modder/vingerverf zit). Het leven als moeder begint met gebroken nachten en acht voedingen gevolgd door acht vieze luiers per dag, en vanaf dat moment is al je vrije tijd ingevuld met kinderactiviteiten. Zeker als je zo gek bent om dat ook nog eens te combineren met een meer dan drukke baan, dan zijn je dagen overvol. Toegegeven: zingeving klinkt veel mooier en verhevener dan "volcontinu-op-afroep-beschikbaar-zijn-voor-je-kroost", maar is in mijn optiek toch echt iets anders.
Met de laatste acht jaren van mijn leven tot de nok toe gevuld met "zingeving" kan ik mij de dagen bijna niet herinneren dat ik niets hoefde. Die heerlijke eerste jaren dat wij samen waren en studeerden. Colleges waren er om te skippen, we hadden een OV jaarkaart dus heel Nederland was gratis te bereizen en we hadden geen baas die ons op enig moment op kantoor verwachtte. Terug naar die tijd hoeft niet meer - want laat ik duidelijk zijn: ik zou de kleine mannetjes voor geen goud willen missen - maar een weekendje zonder dagvulling was "just what the doctor ordered".
Dus bracht ik de kleine boeven donderdag naar opa en oma, al waar ze het getuige de bijgevoegde foto's heel erg naar hun zin hebben. Ongetwijfeld zorgen ze daar voor heel veel zingeving in het leven van opa en oma. Martin en ik genieten thuis intussen van een geheel zinloos weekend samen. We gingen naar een zinloze film, sliepen zinloos uit, lazen zinloze boeken, bezochten een zinloos museum, boekten een zinloze vakantie en speelden zinloze spelletjes op de Ipad. Straks gaan we de zingevertjes weer halen, en dan gaan we met liefde weer een tijd ertegenaan!
zaterdag 5 mei 2012
Raindrops keep falling on my head...
Engeland kampte met een historische droogte. Het achtjarige dochtertje van onze - in Engeland woonachtige - vrienden kon ons er in geuren en kleuren over vertellen: ze hadden er op school zelfs speciale lessen over gehad. De boer van de boerderij waar onze nostalgische tent stond wist er ook alles van: die mocht de velden niet besproeien van de Britse overheid. De oplettende lezer heeft al gemerkt dat ik het woord "kampte" gebruikte. Da's niet voor niets: wij waren de afgelopen week persoonlijk getuige van het einde van de droogte. Overigens vermoed ik dat we tegelijkertijd ook getuige waren van een nieuw historisch feit: de koudste eerste week van mei in de geschiedenis van de Britse eilanden. Best bijzonder, maar geen bijzonder gelukkige combinatie met de tentvakantie die wij geboekt hadden.
Dat we klimatologisch gezien een dramatische week voor de boeg hadden, konden we achteraf gezien al weten na de ontvangst door de boerin. Die zei, met het puur Britse gevoel voor understatement en gebrek aan directheid waar wij als anglofielen zo van houden: "It might be a good idea to put on some wellies (=regenlaarzen), because it tends to get a bit muddy on the farm". Dat bleek inderdaad geen overbodige luxe, als je verblijft in een tent midden in een zompig weiland, waar vervolgens de hele week lang wolkbreuken regenwater extra op vallen. Gecombineerd met storm overigens, en temperaturen die overdag een graad of 7 en 's nachts rond het vriespunt waren. Dat weet ik zeker, omdat ik 's ochtends chocopasta-ijs op brood aan de jongetjes kon serveren.
Thank God for small mercies: we hadden een houtkachel in de tent. En dus brachten we een groot deel van de week ouderwets door rondom de kachel (Sam is inmiddels ervaren vuurmeester) en in de bedstee, in het licht van olielampjes. En daarnaast bezochten we dierbare vrienden in Warwick en Cambridge (en potverdorie: wat hadden die lekker warme huizen), gingen we naar een heel leuk treinenmuseum en deden de jongetjes en ik een dagje dierentuin terwijl Martin met dank aan EasyJet aanwezig kon zijn bij de crematie van zijn oom.
Al heel veel jaren houden wij van Engeland, en al talloze keren waren wij er op vakantie. Deze keer werd onze liefde op de proef gesteld, zoals bij alle grote liefdesgeschiedenissen af en toe gebeurt. Gelukkig bleek de liefde met gemak bestand tegen storm en regen: wat een heerlijk land is en blijft het toch. Van de bizarre hoeveelheid rotondes (we hebben er naar schatting 374 bereden deze week, in alle soorten en maten, tot en met drie aan elkaar gekoppelde rotondes met in totaal 12 afslagen aan toe), de eigenzinnigheid van het vasthouden aan links rijden en miles in plaats van kilometers (wat Sam een keer bezorgd vanaf de achterbank deed zeggen "Mam, er staan hier wel iedere keer borden met 50 erop, en jij rijdt veel harder!"), de enorme beleefdheid van alle Engelsen, tot en met de pubs en de landhuizen: wij voelen ons er thuis, en daar doet geen noodweer iets aan af. Alhoewel: de zomervakantie in Schotland gaan we bij nader inzien toch maar niet in onze tent doorbrengen...
woensdag 11 april 2012
Light
Tussen alle overdaad aan de Paasbrunch bij ons thuis stond ook dit doosje Matze crackers. Gekocht op verzoek van Sam, die op school had geleerd dat een matze cracker met ei en zelfgekweekte bieslook erop bij Pasen hoort. Mijn oog, nauwelijks los te trekken van het paasbrood en de suikerbolletjes, viel op paasochtend plotseling op de slogan van Hollandia voor deze crackers: "Niks is zo lekker". Ongetwijfeld is hier uren over gebrainstormd door kekke marketingboys van een duur reclamebureau. Met alle respect voor hen: bij ons aan tafel konden we alleen maar lachen om die slogan. "Niks is zo lekker als een Matze cracker". Tuurlijk jongens: als we kunnen kiezen tussen een stuk zelfgebakken appeltaart, een goede bonbon, een lekker glas wijn en een Matze cracker weten wij hier in huis wel wat we kiezen.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik op het moment lichtelijk gevoelig ben voor eet-gerelateerde verleidingen. Ik ben namelijk al weer een paar weken op weg naar mijn streefgewicht.
Ooit, ergens tussen de geboorte van Sam en die van Jesse in, was ik tien kilo lichter. Dat beviel goed, heel goed zelf. De haat-haat-verhouding die ik al zolang ik me kan herinneren met mijn lichaam heb, was in die tijd zowaar veranderd in een haat-liefde verhouding. Maar ja: weer kind gebaard, te druk, andere dingen meer energie gegeven, veel meegemaakt. Alle bekende excuses uit de kast gehaald, met als kers op de taart de dodelijke cocktail van mijn aversie tegen sport en mijn liefde voor lekker eten. Eten helpt in mijn ogen overal voor en tegen. Ben je verdrietig? Niks zo'n goed medicijn als chocola. Blij? Een zelfgebakken taart om het te vieren. Boos? Dan mag je jezelf best troosten met iets lekkers.
De lente kwam, er kwam weer wat nieuwe energie vrij, en ineens moest er vanalles opgeruimd in mijn leven. Dozen vol boeken gingen naar de kringloop, zakken kleding naar het Leger des Heils, en die kilo's moesten eindelijk ook het huis weer verlaten.
En dus leef ik alweer een tijdje volgens het beproefde Marthe-dieet dat me een paar jaar terug ook naar de 64 kilo hielp. Ontbijt met ontbijtgranen, als lunch twee boterhammen (met, wat een luxe, naar keuze appelstroop of Milner-kaas), en bij het avondeten doe ik gewoon mee (behalve bij het zo heerlijke tweede bordje, dat mag niet meer). En bij de paasbrunch dus zo'n heerlijke Matze-cracker, want niets is immers zo lekker.
Zo werk ik aan een light versie van mezelf. Met minder vet, maar net zo veel smaak. Mocht je haar binnenkort een keer tegen komen: gewoon jokken en zeggen dat ze er al zo slank uitziet!
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik op het moment lichtelijk gevoelig ben voor eet-gerelateerde verleidingen. Ik ben namelijk al weer een paar weken op weg naar mijn streefgewicht.
Ooit, ergens tussen de geboorte van Sam en die van Jesse in, was ik tien kilo lichter. Dat beviel goed, heel goed zelf. De haat-haat-verhouding die ik al zolang ik me kan herinneren met mijn lichaam heb, was in die tijd zowaar veranderd in een haat-liefde verhouding. Maar ja: weer kind gebaard, te druk, andere dingen meer energie gegeven, veel meegemaakt. Alle bekende excuses uit de kast gehaald, met als kers op de taart de dodelijke cocktail van mijn aversie tegen sport en mijn liefde voor lekker eten. Eten helpt in mijn ogen overal voor en tegen. Ben je verdrietig? Niks zo'n goed medicijn als chocola. Blij? Een zelfgebakken taart om het te vieren. Boos? Dan mag je jezelf best troosten met iets lekkers.
De lente kwam, er kwam weer wat nieuwe energie vrij, en ineens moest er vanalles opgeruimd in mijn leven. Dozen vol boeken gingen naar de kringloop, zakken kleding naar het Leger des Heils, en die kilo's moesten eindelijk ook het huis weer verlaten.
En dus leef ik alweer een tijdje volgens het beproefde Marthe-dieet dat me een paar jaar terug ook naar de 64 kilo hielp. Ontbijt met ontbijtgranen, als lunch twee boterhammen (met, wat een luxe, naar keuze appelstroop of Milner-kaas), en bij het avondeten doe ik gewoon mee (behalve bij het zo heerlijke tweede bordje, dat mag niet meer). En bij de paasbrunch dus zo'n heerlijke Matze-cracker, want niets is immers zo lekker.
Zo werk ik aan een light versie van mezelf. Met minder vet, maar net zo veel smaak. Mocht je haar binnenkort een keer tegen komen: gewoon jokken en zeggen dat ze er al zo slank uitziet!
woensdag 28 maart 2012
Tussenevaluatie
40 word ik dit jaar. Ik ben dus waarschijnlijk zo ongeveer halverwege, als het een beetje meezit. Hoewel die 40 mij op zich niet zo heel veel zegt, merk ik toch dat ik zo langzamerhand wel een beetje bezig ben met een serieus tussenevaluatie-gesprek met mezelf. Knap ingewikkeld trouwens, want ik blijk niet zo'n geweldige gesprekspartner voor mezelf te zijn.
Om te beginnen, en dat herken ik natuurlijk wel uit de eerste 40 jaar ervaring die ik heb opgedaan, heb ik een totaal gebrek aan focus. Als zich een schaars gunstig moment voordoet om aan de slag te gaan met het evaluatiegesprek - zittend in de sauna, liggend in bad of fietsend door Amersfoort - zijn er altijd zaken die mij weglokken van de grote levensvragen. Een goed boek bijvoorbeeld, of een vriendin om lekker koetjes en kalfjes mee te bespreken, of een peuter die ineens wil filosoferen over de complexiteit van mist ("maar mamma, komt die mist dan uit de lucht of uit een wolk?"). Overigens: dat gebrek aan focus is gelijk kritiekpuntje 1 op de eerste helft van mijn leven. Ik vind alles leuk, maar ben tegelijkertijd nergens echt enorm goed in. Jaloers kan ik zijn op mensen die als kind al wisten dat ze meubelmaker wilden worden, of dokter, of moeder, en dat vervolgens tot hun levenstaak weten te maken. Lijkt me heerlijk, zo duidelijk weten waartoe je op aarde bent, maar ik heb mijn missie tot nu toe nog niet kunnen ontdekken. Eerste leerdoel voor de tweede helft te pakken dus.
Ook niet fijn als je bent aan het evalueren: ik ben heel slecht in het stellen van doelen. En dus ook in het monitoren of je die doelen behaalt hebt. Kijkend naar die eerste veertig jaar, is mijn aanpak eigenlijk altijd geweest "ik doe maar wat, ik zie wel, en dan komt er wel weer wat leuks op mijn pad". Studiekeuze? Als het maar ver van Maastricht is, in een stad met vriendinnen, en een studie die lekker breed is. Werk? Ben ik ingerold, en alle volgende stappen in mijn loopbaan zijn ook spontaan op mijn pad gekomen. Partnerkeuze? Ongelooflijke mazzel gehad dat ik in mijn eerste studieweek tegen de leukste man ter wereld aanliep (en hij gelukkig ook tegen mij). Tot nu toe blijkt de "er komt wel wat aanwaaien" aanpak gelukkig een succesformule. Leerdoel twee voor de komende veertig jaar: niets aan veranderen, gewoon lekker doelloos erop los leven.
Waar ik wel goed in ben, en wat mij dus in mijn eigen evaluatie ook prima lukt, is de onderliggende dynamiek van zaken zien. Mijn levensthemaatje heb ik dus allang te pakken: balans. Lukt me al 40 jaar niet om dat goed in te richten. Mijn leven is niet hollen en stilstaan, maar hollen en hollen. Vind ik meestal heerlijk, en soms hol ik zo hard dat ik mezelf niet eens meer kan bijhouden. De komende 40 jaar wil ik dus vooral veel nutteloos op de bank hangen, met de jongetjes door de stad fietsen, met Martin naar een film kijken, met vriendinnen in de sauna zitten. Volgende evaluatiemoment over tien jaar. Benieuwd wat dat gaat opleveren...
Om te beginnen, en dat herken ik natuurlijk wel uit de eerste 40 jaar ervaring die ik heb opgedaan, heb ik een totaal gebrek aan focus. Als zich een schaars gunstig moment voordoet om aan de slag te gaan met het evaluatiegesprek - zittend in de sauna, liggend in bad of fietsend door Amersfoort - zijn er altijd zaken die mij weglokken van de grote levensvragen. Een goed boek bijvoorbeeld, of een vriendin om lekker koetjes en kalfjes mee te bespreken, of een peuter die ineens wil filosoferen over de complexiteit van mist ("maar mamma, komt die mist dan uit de lucht of uit een wolk?"). Overigens: dat gebrek aan focus is gelijk kritiekpuntje 1 op de eerste helft van mijn leven. Ik vind alles leuk, maar ben tegelijkertijd nergens echt enorm goed in. Jaloers kan ik zijn op mensen die als kind al wisten dat ze meubelmaker wilden worden, of dokter, of moeder, en dat vervolgens tot hun levenstaak weten te maken. Lijkt me heerlijk, zo duidelijk weten waartoe je op aarde bent, maar ik heb mijn missie tot nu toe nog niet kunnen ontdekken. Eerste leerdoel voor de tweede helft te pakken dus.
Ook niet fijn als je bent aan het evalueren: ik ben heel slecht in het stellen van doelen. En dus ook in het monitoren of je die doelen behaalt hebt. Kijkend naar die eerste veertig jaar, is mijn aanpak eigenlijk altijd geweest "ik doe maar wat, ik zie wel, en dan komt er wel weer wat leuks op mijn pad". Studiekeuze? Als het maar ver van Maastricht is, in een stad met vriendinnen, en een studie die lekker breed is. Werk? Ben ik ingerold, en alle volgende stappen in mijn loopbaan zijn ook spontaan op mijn pad gekomen. Partnerkeuze? Ongelooflijke mazzel gehad dat ik in mijn eerste studieweek tegen de leukste man ter wereld aanliep (en hij gelukkig ook tegen mij). Tot nu toe blijkt de "er komt wel wat aanwaaien" aanpak gelukkig een succesformule. Leerdoel twee voor de komende veertig jaar: niets aan veranderen, gewoon lekker doelloos erop los leven.
Waar ik wel goed in ben, en wat mij dus in mijn eigen evaluatie ook prima lukt, is de onderliggende dynamiek van zaken zien. Mijn levensthemaatje heb ik dus allang te pakken: balans. Lukt me al 40 jaar niet om dat goed in te richten. Mijn leven is niet hollen en stilstaan, maar hollen en hollen. Vind ik meestal heerlijk, en soms hol ik zo hard dat ik mezelf niet eens meer kan bijhouden. De komende 40 jaar wil ik dus vooral veel nutteloos op de bank hangen, met de jongetjes door de stad fietsen, met Martin naar een film kijken, met vriendinnen in de sauna zitten. Volgende evaluatiemoment over tien jaar. Benieuwd wat dat gaat opleveren...
woensdag 14 maart 2012
Bestwil
Soms is opvoeden een reuze ondankbare taak. Als je een beetje goed opvoedt, ben je namelijk voortdurend druk bezig alle jeugdige spontaniteit en pleziertjes uit te roeien. Daar waar je als baby nog enthousiast wordt aangemoedigd om boertjes en scheten te laten, moet je dat krap een jaar later weer gaan afleren. Of op z'n minst pardon zeggen na afloop. Hetgeen bij Jesse overigens onmiddellijk de vraag opriep of je dan ook pardon moet zeggen als je moest niezen. Ook zo'n volwassen spelbreker: als je net heerlijk aan het spelen bent, moet je ineens naar bed/in bad/mee naar de winkel.
Eerlijkheid weten wij grote mensen er trouwens ook al snel uit te conditioneren. Zo wist Sam ooit in een zwembad tegen een mevrouw te melden dat ze beter niet door het gat in de mat kon duiken, omdat ze zo dik was dat ze er toch niet door zou passen. Hoewel hij dat helemaal niet naar bedoelde, en het een terechte feitelijke constatering was - dat zag ik ook wel - siste ik natuurlijk onmiddellijk Sam toe dat eerlijkheid in dit soort situaties toch echt niet gewenst was. Heeft hij trouwens snel opgepakt, en Jesse ook, alhoewel ik hen soms nog met een schuin oog zie staren naar mensen die er bijzonder uitzien. Waarbij mijn volwassen-schaamtegevoel altijd heel hard hoopt dat het dan bij staren blijft.
Lekker spelen gaat ook veel beter als er geen pappa of mamma meekijkt. Die vinden namelijk dat stroop niet geschikt is om in je haar te smeren (alhoewel Jesse zelf ooit vond dat hij er ge-wel-dig uitzag met zwart gezicht en zwarte haren), dat alle speelgoed uit de kasten in een hoek gooien "omdat daar je vliegtuig naar Afrika is" geen goed idee is, en dat een stoel op een tafel zetten omdat je zo een hele hoge troon hebt te gevaarlijk is. Alle fantasie in 1 bezorgde opmerking kapot. En het treurige is: voor je volwassen bent, is die fantasie bij de meeste mensen ook niet meer aan te boren.
Nou vinden wij ouders het zelf natuurlijk ook eigenlijk helemaal niet leuk dat we zo serieus en stichtelijk moeten zijn in onze rol als vader of moeder. Want eigenlijk, diep in ons hartje, zouden wij ook gewoon willen zeggen dat buurvrouw X wel heel dik is, of lekker boeren aan tafel als er iets dwars zit, of zonder zorgen over de uitstraling van je huis lekker al je favoriete CD's en boeken uit de kast halen. En hoewel we dus eigenlijk het liefst ons kroost lekker losbandig laten leven, weten we ook wel dat van ons als opvoeder iets anders wordt verwacht. Om onze strengheid voor onszelf te rechtvaardigen, halen we het irritantste cliche ooit van stal. Dan zeggen we: "het is voor je eigen bestwil".
Deze moeder heeft vandaag weer een enorme hoeveelheid levensvreugde van haar jongste spruit afgenomen, met in haar achterhoofd bovenstaand motto. Jesse heeft gedwongen afscheid genomen van zijn geliefde speen. En hoewel ik heel goed weet dat het echt moest (zijn kaken zijn vergroeid), deed het natuurlijk wel pijn in mijn moederhart. Dapper gaf onze Beer zijn speentjes een kusje en een knuffel, zei "dag spenen!", en gaf ze aan mij. Om vervolgens bij het naar bed gaan, al rozig van de slaap, met zijn ene hand Foefa (zijn knuffel) te vinden en met zijn andere geen speen. Dikke verdrietige peutertranen. Zucht...het is voor zijn eigen bestwil!
Abonneren op:
Posts (Atom)









